Leven in Palestina
Friday, October 5th, 2007Binnenkort komt collega-GroenLinkser Michel Klijmij langs in Den Haag om, geillustreerd met foto’s en film, te vertellen over zijn ervaringen in Palestina. Komt allen!

Archive for the 'International' CategoryLeven in PalestinaFriday, October 5th, 2007Binnenkort komt collega-GroenLinkser Michel Klijmij langs in Den Haag om, geillustreerd met foto’s en film, te vertellen over zijn ervaringen in Palestina. Komt allen! Palestinian cyberspace (3)Friday, September 7th, 2007Ik heb best veel geleerd over Palestina tijdens deze workshop. Het top level domain .ps bijvoorbeeld, bestaat nog maar sinds 2004, en is eigenlijk best een doorbraak in de Palestijnse identiteit. Voor een top level domain is namelijk een ISO landcode nodig. ISO is een grote standaardisatieorganisatie. Dus met het uitgeven van het .ps domein en de ISO landcode is er, zo kun je beargumenteren, erkenning voor het bestaan van de Palestijnse staat. En zo is het toendertijd ook in de ‘markt’ gezet: .ps is een uiting van patriotisme. Een echte Palestijn zet zijn site op .ps! In de praktijk blijkt dat echter tegen te vallen, tenminste als we kijken naar het online politieke debat. Weinig politieke (of educatieve / academische) sites blijken een .ps domein te hebben. En van de instellingen die wel een .ps hebben, is het niet hun primaire domain. Er zijn verschillende redenen te bedenken. De centrale registratie van .ps domeinen bevind zich in Gaza, en wellicht zijn instellingen bijvoorbeeld bang om afhankelijk te zijn van een instelling in stad die hevig onder vuur ligt. Ook lijkt er weinig erkenning te zijn door externe sites, er wordt niet veel gelinked naar .ps domeinen. Het onderzoek dat we gedaan hebben heeft ook een keerzijde. Kwaadwillenden (lees: Israel) zouden de informatie over waar de meeste sites zich bevinden of waar de meeste domeinen zijn geregistreerd bijvoorbeeld kunnen gebruiken met potentieel desastreuze gevolgen. Dat is eigenlijk altijd het gevaar met dit soort onderzoek. Zo deden we bij govcom.org een tijd terug onderzoek naar censuur op internet. Een van de projecten was om op basis van een lijst van gecensureerde sites het ‘netwerk’ te vinden waarin deze sites zich bevinden (op basis van linking-analyse). De op die wijze nieuw ontdekte sites (pdf) waren voor een deel ook reeds gecensureerd, maar daarnaast vonden we sites die dat nog niet waren maar op basis van hun linkgedrag waarschijnlijk wel in dezelfde categorie vallen als de gecensureerde site. En dat kan natuurlijk voor de censor weer interessante informatie zijn. De vraag die je zou kunnen stellen is dus: moeten we dit soort onderzoek wel in de openbaarheid brengen, of uberhaupt uitvoeren? Ik neig er naar om deze vraag met ja te beantwoorden. De resultaten zijn immers waardevol, en tonen op visueel aantrekkelijke wijze het e.e.a. over misstanden in onze wereld aan. Een echt goed antwoord formuleren vereist echter een flinke verhandeling over ethiek in de wetenschap, en daar ben ik niet echt in thuis. Palestinian cyberspace (2)Thursday, September 6th, 2007Vandaag de tweede dag van de workshop over de Palestijnse virtuele wereld. De eerste dag stond vooral in het teken van het verzamelen van gegevens, het voetwerk zeg maar. Deze datasets vormen het ruwe materiaal waarmee we de analyses voeden. Aan het eind van de workshop willen we een aantal visualisaties genereren, waaruit conclusies kunnen worden getrokken. Vandaag alvast een voorproefje van deze visualisaties, bijvoorbeeld een geografische weergave van adressen van eigenaars van domeinen met de uitgang .ps (de Palestijnse TLD, Top Level Domain, net zoals .nl de TLD van Nederland is) en de adressen van de servers waar deze domeinen daadwerkelijk worden gehost. De conclusie: hoewel praktisch alle domeinen geregistreerd zijn door personen of organisaties uit Palestina, blijken de servers zich eigenlijk vooral in de verenigde staten te bevinden. Met Canada en Duitsland op een gedeelde tweede plaats. Morgen zullen we ongetwijfeld meer visualisaties produceren, welke te zijner tijd ook publiekelijk beschikbaar komen. Mijn taak, als ‘lowly programmer’, bestaat voor morgen uit een verfijning van de geografische data van sites die in Palestina worden gehost. Verder houdt ik me bezig met het uitbreiden van een govcom.org tool, de issuecrawler, zodat we daarmee in kaart kunnen brengen naar welke andere sites een groep sites eigenlijk exact linkt (dit in tegenstelling tot de huidige modus operandi van de issuecrawler: co-link analysis). Ik houdt het verder even kort, want vanavond was tevens de ALV van GroenLinks Den Haag. Het is dus al laat, en morgen wordt ik weer vroeg in het TEMlab verwacht voor de laatste dag van de workshop. Palestijnse netwerken in cyberspaceWednesday, September 5th, 2007Oftewel, terug naar de universiteit. Vandaag bracht ik, net zoals ik dat morgen en overmorgen ga doen, de dag door in het TEMlab van de afdeling mediastudies van de universiteit van Amsterdam. Een beetje thuiskomen, want het TEMlab heb ik zelf nog opgezet indertijd. We zijn daar met een bont gezelschap bijeen om onderzoek te doen naar de Palestijnse cyberspace. Het is de start van een serie van drie workshops. Deze eerste in Amsterdam wordt gevolgd door een tweetal workshops in Ramallah (naar alle waarschijnlijkheid). Wat we onderzoeken is in hoeverre het Palestijnse online netwerk de fysieke en ideele splitsing die de Palestijnse cultuur momenteel ondergaat tegen kan gaan. De fysieke splitsing bestaat uit het opsnijden van Palestijns grondgebied door Israel met wegen en hekken, waardoor mensen elkaar niet meer kunnen opzoeken. Het idee is dat deze mensen elkaar op internet wel kunnen vinden, en daar met elkaar kunnen debatteren over bijvoorbeeld politiek en militia. De workshop in Amsterdam is bedoeld als voorbereiding voor de workshops in Palestina. De bedoeling is dat we onze (het project is een samenwerking tussen de govcom.org foundation en P@ISP) onderzoeksmethoden als het ware exporteren zodat onderzoekers in Palestina hier ook mee aan de slag kunnen. Persoonlijk heb ik mij vandaag bezig gehouden met het verzamelen van data. We hebben een lijst van zo’n 1600 Palestijnse sites. Wat we willen weten, is waar deze sites gehost worden, geografisch gezien, en waar de domeinnamen van deze sites geregistreerd zijn. Het eerste is een fluitje van een cent, het tweede is iets minder makkelijk. Ieder land heeft een centrale registratie van domeinnamen (nouja, bijna ieder land, de VS hebben het hele zaakje opgesplits in het kader van de ‘vrije markt’, daar is het nu dus een puinhoop). In Nederland is dat SIDN, in Palestina is het Pnina. Helaas is de database van registraties behoorlijk summier. Zo staat er soms als adres niet meer dan ‘Hanadi Tower, Palestine’, en dan moeten we maar weten waar dat is. Gelukkig staan er wel overal telefoonnummers bij. Door de telefoonnummers van de domeinen te groeperen op co-occurence met woorden in de adresregel, werd een patroon zichtbaar. Door de eerste twee cijfers van het telefoonnumer te nemen kreeg ik, na eerst nog de lijst met woorden ge-cross-referenced te hebben met een lijst van steden in Palestina, een aardige indicator voor de stad. Dat is dus het netnummer en het eerste cijfer van het nummer (e netnummers worden in Palestina gedeeld door verschillende steden). Dus, na een dag prutsen en uiteindelijk bovenstaand idee in een uurtje te hebben geimplementeerd hebben we dan toch voor een groot deel van de sites een stad. Dat geeft ons de mogelijkheid om allerlei interessante kaarten te genereren. Andere onderwerpen waar we aan toe hopen te komen zijn ’syndication networks’ en een vergelijk van Palestijnse NGO’s op het net. Roma (quatre)Friday, August 24th, 2007(geschreven op zaterdag 18 augustus 2007) Deense delegatie met op de achtergrond het colloseum De laatste dag in Rome. De groep is inmiddels gereduceerd tot een man of vijf. Als eerste stond het colloseum op het programma, een van de ‘major sights to see’ zal ik maar zeggen. Beetje druk, een wachttijd van 1.5 uur. Ach, van de buitenkant ziet het er al boeiend uit, dus na wat naar binnen te hebben gegluurd via de diverse ingangen liepen we verder. Niet ver van het colloseum de lunch genutigd. Pizza met champignons, lekker maar niet bijzonder. Wel bijzonder dat een tentje zo dicht bij het colloseum helemaal niet duur is. Uiteraard onderweg ook nog een aantal kerken bezichtigd. Want kerken daar breek je dus je nek over in Rome. De ene nog bombastischer dan de andere. In schril contrast daarmee de volgende bestemming: de catacomben. Hier liggen zo’n 300.000 mensen begraven, met name uit de eerste helft van het eerste milennium. In de grond is een enorm stelsel van gangen uitgegraven. De bijzondere grond is door het contact met lucht keihard geworden. Raar is het wel om tussen de muren te lopen, met om je heen letterlijk honderden stoffelijke overschotten. Zeker als je in de groep (je mag alleen naar binnen met een gids) een compleet neurotische amerikaanse moeder met twee kinderen hebt. De moeder schiet van ‘oh interessant, dat wil ik zien’ naar ‘excuse me excuse me laat me erdoor waar z’n m’n kinderen, guys guys’. Totaal gestoord. De kinderen zagen het stoicijns en apatisch aan. Il padre del TWiki (Peter Thoeny) in de bus Op weg naar de catacomben, met de bus, maakten we kennis met de rijstijl van een buschauffeur die nodig naar het toilet moet. Voet op het gas, en alleen remmen als er gestopt moet worden voor een halte. Links, rechts, en de passagiers vliegen en rollen door de bus. Best grappig. Op de terugweg begonnen de lange dagen ons toch op te breken. Inmiddels waren we met z’n 3-en over: ik, Peter (oprichter van TWiki) en Carlo (onze kersverse usability expert). Tijdens de terugrit begonnen we enigszins in te kakken. Goed, na nog even een enorme kerk te hebben bezichtigd, met een orgel dat ik graag eens zou horen spelen, zijn we dan toch eindelijk de metro ingedoken. De stations en tunnels zijn oud, maar de metrostellen zijn redelijk modern. Geen compartimenten, maar van voor tot achter doorgang, vergelijkbaar met de nieuwe metrolijnen in Parijs (o.a. La Defense). En erg goedkoop, voor 1 euro heb je een ritje in de metro. Ongeacht instap- en uitstaphalte. Wel geld er een tijdsduur, na 75 minuten is het kaartje niet meer geldig. Toen we vervolgens bij de Fontana di Trevi aankwamen, zaten we er wel doorheen. Wat een irritante plek. Toegegeven, de fontein is best aardig hoor. Maar wat een drukte, toeristen en verkopers van toeristengadgets die irritante geluidjes maken. Na snel wat kiekjes te hebben geschoten zijn we gevlucht naar het hotel. Aldaar scheidden, na een drankje, onze wegen. Ik ben met de metro terug gegaan naar het station. Even een stuk pizza gehaald bij een tentje naast het station, flesje drinken, en in de trein naar het vliegveld. Blijkt dat het vliegtuig behoorlijk vol zit, en er dus nog geen stoel voor me is gereserveerd. Bij de gate aangekomen is het inderdaad erg druk, compleet met irritant ventje met gitaar die denkt dat iedereen zit te wachten op zijn gepingel. De dames van Alitalia doen wat onduidelijk over hoe druk het dan is en wat dit voor me gaat betekenen. De indruk ontstaat als zou het zelfs kunnen gebeuren dat ik helemaal niet mee zou kunnen. Curieus, want ik heb toch echt betaald voor een plekje. Dit schijnt normaal te zijn bij KLM, ik vlieg niet zo vaak (in fact, dit was de tweede keer in mijn hele leven dat ik een vliegreis ondernam), dus ik snap er niets van. Nouja, uiteindelijk komt het toch allemaal nog goed, en zit ik een vliegtuig vol met jengelende kinderen, gezinnetjes en tienerstelletjes, op weg naar Nederland, waar het 10 graden kouder is. Gelukkig is de volgende TWiki community summit in Berlijn (of nouja, eigenlijk de volgende-volgende). Dat is mooi, want over Berlijn hoor ik goede verhalen en daar kan ik makkelijk met de trein komen. Niet dat Rome geen leuke stad is hoor! Ik heb genoten, en kom er zeker nog eens terug. Maar dan als onderdeel van een rondreis door Italie. Want ik moet er niet aan denken meer dan 5 dagen in dat toeristische circus te verblijven! |