|

|
De Derde Dinsdag, het
milieucafé van Den Haag |
|
 |
|
|
|
Verslag van het milieucafé
op 19 september 2007
klik hier voor de column van Julius Pasgeld |
|
Wordt het HMC het Shell Milieucentrum?
|
Het Haags Milieucentrum, een kleine organisatie die het zeer brede terrein van de duurzaamheid bestrijkt, is ieder jaar weer een hoop tijd kwijt met subsidieperikelen. Halverwege het jaar al moeten er projecten voor het jaar daarna worden bedacht, daar moet een kostenplaatje aan gehangen worden, het HMC-bestuur en de Raad van Toezicht zeggen er behartigenswaardige dingen over, er moeten contactambtenaren bij de gemeente worden gevonden en vervolgens gaan er nog uren of zelfs dagen heen met vergaderen, bijslijpen en herformuleren. Tijd die het HMC graag nuttiger zou willen gebruiken in het belang van een groen, schoon en duurzaam Den Haag.
|
Daarbij komt het steeds vaker voor dat de gemeente projectvoorstellen afkeurt die haar niet zinnen. Dit gebeurde onder meer met de Vlietzone en diverse ideeën voor verkeersprojecten. Het HMC ziet, kortom, zijn onafhankelijkheid in gevaar komen, en wil graag effectiever kunnen opereren. Vandaar de vraag aan de gemeente of de projectsubsidies niet kunnen worden toegevoegd aan de basissubsidie, en dan voor vier jaar.
GroenLinks-raadslid Bircan Bozbey heeft begrip voor de positie van het HMC, maar vraagt zich af waarom voor deze organisatie een uitzondering gemaakt zou moeten worden. Het is heel gebruikelijk dat de gemeente organisaties per jaar subsidieert. Ze is wel bereid om te bekijken of de basissubsidie wat verruimd kan worden.
|
|
Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij staat meer open voor de suggestie. De onafhankelijkheid van het HMC vindt hij een groot goed. Op tal van terreinen brengt het centrum standpunten naar voren die bijdragen aan een betere besluitvorming, vindt hij - naast de belangrijke functies die het HMC heeft voor zijn aangesloten organisaties. Het milieucentrum moet ruimte hebben om naar eigen inzicht projecten uit te voeren. Wijsmuller noemt de Erasmuszone als een onderwerp waar de rol van het HMC van groot belang is geweest. De gemeente denkt nu veel meer na over de functie van volkstuinen. Maar het milieucentrum heeft zich hier te compromisbereid opgesteld, vindt Wijsmuller. "Het HMC moet compromisloos kunnen opereren."
|
 |
AD/HC-journalist Maarten Brakema vraagt zich hardop af of de gemeente wel zijn eigen oppositie moet subsidiëren. En vindt het HMC dat zelf eigenlijk wel zo handig? Brakema signaleert dat de gemeente een aantal taken van het HMC toejuicht - zoals de educatieve - en met andere in haar maag zit. Misschien zou opsplitsing in een educatieve en een kritische poot nog niet zo'n slecht idee zijn.
|
 |
|
|
Niet in de ogen van PvdA-raadslid Willem Minderhout. "Een zichzelf respecterende stad heeft een kritische pers en een kritisch HMC nodig." Het milieucentrum voorziet raadsleden van goede informatie op duurzaamheidsgebied - al legt het de lat altijd wel wat hoger dan de raad." Wijsmuller valt hem bij: "Het financieren van je eigen oppositie draagt bij aan de kwaliteit van de besluitvorming."
Inmiddels is ook Posthoorn-redacteur Albert Peeters aangeschoven, die dit standpunt van Wijsmuller volmondig onderschrijft. Maar subsidiëren voor een periode van vier jaar is hem een brug te ver. "Dat maakt lui."
Bozbey zou zich zo kunnen voorstellen dat het HMC zelf ook wel andere financieringsbronnen zou willen aanboren, naast Fonds 1818 en de Postcodeloterij. De gemeente zorgt door middel van een basissubsidie voor de continuïteit van het HMC, projectgelden kunnen ook ergens anders vandaan komen. Is het bedrijfsleven er niet voor te interesseren? ("Het HMC is geen OM Den Haag", merkt Minderhout op)
|
Peeters signaleert dat het Haags Milieucentrum zich niet altijd tot Den Haag beperkt. Denk aan de Vlietzone. Misschien dat de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg ook kunnen bijspringen? Zijn collega Brakema ziet meer een rol voor de Haagse gemeenteraad weggelegd, waarop Minderhout opmerkt: "Heel goed zoals jij het standpunt van een aantal mensen in mijn fractie weergeeft." Maar Bozbey vindt het niet gewenst dat 45 mensen zich hiermee bemoeien, en lanceert in het verlengde van Peeters' opmerking een nieuwe gedachte: financiering vanuit Haaglanden.
Peeters laat tot slot een heel eigenzinnig geluid horen: "Is het Haags Milieucentrum eigenlijk wel zo kritisch? Is het niet meer een soort GGD, die de gemeente van tijd tot tijd waarschuwt dat de luchtkwaliteit te slecht is? Maar het heeft wel een mooie nota over het Trekvliettracé uitgebracht, dat dan weer wel."
Waarmee we zijn aangeland bij het tweede onderwerp van de middag: de nota Naar hoogwaardige mobiliteit én leefkwaliteit die het HMC onlangs uitbracht.
|
|
 |
De forumleden zijn unaniem in hun waardering voor deze nota, al worden er natuurlijk wel wat kanttekeningen gemaakt. Met name Ronald van Onselen van het Platform Beter Openbaar Vervoer Haaglanden vindt het werkstuk onvoldoende concreet. Hij staat werkelijk te popelen om aan de slag te gaan.
PvdA-raadslid Jos de Jong is nauwelijks minder daadkrachtig: "We móeten de modal split veranderen" (dat is de verhouding tussen het gebruik van de auto enerzijds en fiets en ov anderzijds). "Als je nu niks doet, gebeurt er nooit wat. Maar het is een ingewikkeld verhaal. Hoe dring je in concreto de auto terug?"
|
Met die vraag worstelt ook zijn CDA-collega Karsten Klein. Hij vindt de nota een mooie aanzet en waardeert de keuze voor een integrale benadering, maar mist ook concrete uitwerkingen. Inderdaad: hoe dring je de auto terug? Waarom wordt er in Den Haag zo weinig gefietst en hoe zorg je ervoor dat mensen dat vaker gaan doen? Hij adviseert het milieucentrum eens onderzoek naar die vragen te gaan doen, bijvoorbeeld via enquêtes. Maar daarbij moet niet vergeten worden dat er altijd situaties zullen blijven bestaan waarin het gebruik van de auto noodzakelijk is.
|
 |
 |
De Jong heeft wel vermoedens waarom er in deze stad zo weinig gefietst wordt. "Mensen kunnen overal hun auto kwijt, maar de fietsenstalling op het Buitenhof is nog steeds niet klaar. Fietsen in de stad is soms ook heel onveilig. Ik kom vaak langs plekken waaraan duidelijk te zien is dat die ontworpen zijn door iemand die nooit fietst. De auto komt er wel, je moet de fiets juist bevoordelen. En het ov moet natuurlijk ook beter."
Klein vindt het belangrijk dat de fietspaden worden opgeknapt en dat er meer buurtstallingen komen, maar nog belangrijker vindt hij een goede ruimtelijke ordening.
|
 |
Daan Goedhart van de Fietsersbond Haagse regio schetst wat hij als de kern van het probleem ziet: de fiets zit op het stadhuis gewoon niet tussen de oren. Daarbij wordt er ook nog eens een conservatief beleid gevoerd. Het hoofdfietsroutenet loopt grotendeels over de belangrijke verkeersaders, zodat fietsers in de herrie en het fijnstof van de auto's zitten en er bij kruisingen conflicten mogelijk zijn.
"Precies", beaamt Klein. "Er moet echt plaats voor de fietsers gecreëerd worden." En De Jong: "De gemeente heeft de neiging alleen de makkelijke dingen op te lossen. Laten we dat nou eens anders gaan doen. Het geld is het probleem niet."
|
Van Onselen heeft ook de ervaring dat de gemeente de verkeerde keuzes maakt. De politiek durft niet werkelijk te kiezen, daarom had de nota van het HMC zich duidelijker moeten uitspreken. Hij spreekt van een gemiste kans. Anders dan Jan van Male van ROVER is Van Onselen warm voorstander van nieuwe tramverbindingen met onder meer de toekomstige woonwijk Valkenburg en het Westland. Er moet natuurlijk wel goed op gelet worden dat de fiets en de tram elkaar niet in de weg zitten.
Van Male denkt dat er nog een lange weg te gaan is voordat mensen zich werkelijk bewust zijn van het mobiliteitsvraagstuk. "Ze denken nog steeds dat ze voor zeven cent per kilometer auto kunnen rijden."
|
 |
Van Onselen wil daar niet op wachten. Zijn advies: de raad zou B&W moeten vragen wat het kost om de modal split met tien procent te veranderen. En de nodige maatregelen daartoe nemen
Tot slot journalist Maarten Brakema, vanuit de zaal: "Als ik al deze opmerkingen combineer met de fietsplannen van GroenLinks en D66, constateer ik dat er een duidelijke meerderheid is voor een beter fietsbeleid."
|
|
|
| |
|
|
|
Julius Pasgeld: Weg met het openbaar vervoer!
Het openbaar vervoer. Daar kan maar één heldere, gezonde opvatting over bestaan: en dat is: afschaffen die handel. Alle trams en bussen die een kortere route hebben dan 25 kilometer, op de schroothoop ermee. Stadstrams en stadsbussen zijn voor gehandicapten en ouden van dagen. En alleen al van de subsidie die vrijvalt als je de trams en bussen afschaft, kunnen alle invaliden en bejaarden tot in de lengte der dagen gratis met een taxi. Dat doen ze trouwens toch al. Want dat zit in hun zorgpakket. Ja. Wist u dat niet? Gehandicapten en ouderen die slecht ter been zijn zitten nooit in het openbaar vervoer. Die maken al jaren gebruik van een gratis taxi.
|
 |
Wie er in de trams en bussen zitten zijn mensen in de kracht van hun leven, recht van lijf en leden. Alleen te beroerd om met de fiets te gaan. Lui en vadsig zitten ze in de tram in omvang toe te nemen op weg naar snackbar, winkelcentra en fitnesscentra. Ik heb eens iemand gekend die zich beklaagde over het feit, dat de halte van de tram zo ver van het fitness-centrum was verwijderd. Kom nou toch.
Hup. Op de fiets met die slappe hap. En bij wijze van gewenningspremie allemaal een gratis poncho van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor als het eens een keertje regent.
Als tweede rigoreuze maatregel zou het centrum van de grote steden voor alle autoverkeer afgesloten dienen te zijn. Alle autoverkeer. Dus ook voor vrachtwagens. De bevoorrading van de winkels kan dan door tunnels en over lopende banden geschieden waarmee Den Haag tegenwoordig toch al zo rijk is gezegend. Alleen gehandicapten en ouden van dagen kunnen zich dan ruimschoots in taxi’s en in Tuk-Tuk’s die niet harder kunnen dan 15 kilometer per uur door het centrum verplaatsen. De rest gaat maar lopen. Nog gezellig ook.
Dames en heren. Ik zweer het u met de hand op het hart. De verkeersproblematiek is in één klap opgelost als we al het autoverkeer uit het centrum bannen en het openbaar vervoer in de hele stad afschaffen. Ik ga daar toch even wat nader op in. Want ik zie aan u, dat u nog steeds niet gelooft, dat de oplossing zo simpel is.
Welnu:
De helft van alle beschikbare verkeersruimte wordt thans, in een stad als Den Haag, ingenomen door vrije tram- en busbanen. Buiten de spitsuren om zie je daar dan eens per kwartier of twintig minuten een zo goed als lege tram of bus op rijden. In die trams en bussen zitten doorgaans een drie- of viertal buitengewoon gezonde, buitengewoon luie passagiers. En als zo’n tram of bus dan bij een kruispunt komt krijgen die drie passagiers, alsof ze de koning of de koningin zijn, bij nadering van de verkeerslichtinstallatie ook nog eens onmiddellijk groen licht en moeten tientallen, wat zeg ik, soms wel bijna honderd automobilisten onnodig vaak remmen, onnodig lang wachten, en onnodig vaak weer optrekken. En dat niet één keer. Nee. Er zijn meer dan honderd van die kruispunten alleen al in Den Haag. En hoeveel trams en bussen rijden daar wel niet per dag langs?
Als we de trams en bussen in de stad afschaffen komen alle vrije tram- en busbanen eindelijk weer eens vrij voor het gewone verkeer. Bij kruisingen staan we niet langer minutenlang naar een leeg kruisingsvlak te staren omdat er twee kilometer verderop ergens een tram aankomt. De doorstroming komt weer op gang. Het wachten neemt niet langer meer het merendeel van de verplaatsing in beslag. Het Trekvliettracé hoeft niet meer. Het Verkeerscirculatieplan hoeft niet meer. De vetzucht wordt eindelijk eens met succes, in plaats van met pilletjes en met Rob Oudkerk bestreden. Mensen, wat willen we nog meer?
Afschaffen van het lokale, openbare vervoer. Dat dames en heren, lijkt me een gezonde aftrap voor een gezonde en duurzame mobiliteit in de toekomst. Een toekomst waarin we aan de volgende generaties kunnen laten zien hoe dom de mensen zich vroeger verplaatsten in de stad. We kunnen dat laten zien door bijvoorbeeld van Ypenburg naar Nootdorp nog een klein, toeristisch trammetje te laten rijden op een traject van 300 meter. En in dat trammetje zitten poppen. Poppen op ware, menselijke grootte. Vadsige poppen. Luie poppen. Lamlendige poppen. Lanterfanterige, gaperige en slaperige poppen. En dat trammetje rijdt de godganse dag maar heen en weer. Heen en weer. Heen en weer.
Een monument. Om te laten zien hoe het vroeger was.
|
|
|
Het volgende milieucafé wordt gehouden op dinsdag 16 oktober.
|
|
Bel voor informatie over
de volgende Derde Dinsdag:
(070) 30 50 286 |
|
|
|
 |
 |
 |
| Neem een gratis
abonnement
op Branding, hét Haagse tijdschrift voor natuur en milieu,
of klik hier voor de elektronische
versie.
|

|
 |